Wereld Ufo Dag 2013

0
154

WERELD UFO DAG?

Nee, ik geloof niet in ufo’s!

geschreven door Coen Vermeeren


‘Ik geloof niet in ufo’s.’ Dit is de meeste gehoorde uitspraak van nuchtere mensen. Vreemd genoeg is op dit moment zoveel over ufo’s bekend dat je er ook niet langer in hoeft te geloven. Ze bestaan gewoon.

De titel van mijn boek zou in eerste instantie zijn: 
‘ik geloof niet in ufo’s’ met als ondertitel, ‘ze bestaan gewoon.’ Om goede redenen werd het ‘ufo’s bestaan gewoon’, maar dat geloofsaspect gaat maar niet weg. We leven nu anno 2013 en op 2 juli is het wereld-ufo-dag. Reken er maar niet op dat dat reden is om er ‘s avonds iets over bij P&W te horen. En dat terwijl het bestaan en de aanwezigheid van buitenaards leven, dichtbij en op onze planeet, toch minstens als wereldschokkend kan worden geclassificeerd. Maar wat betekent ‘ufo’ eigenlijk. Unidentified Flying Object – een onbekend vliegend object. Niet meer en niet minder. Dat kan dus veel zijn. En als je niet veel verstand hebt van wat zich aan techniek in ons luchtruim bevindt dan is iets al snel een ufo. Van doorslaggevend belang is dus hoe groot de kennis van de waarnemer is. Nog altijd niets aan de hand zou je zeggen. Totdat we ons realiseren dat ufo een begrip is geworden waarbij het object wordt gelinkt aan buitenaardse voertuigen en bemanningen. Een intelligent bestuurd voertuig dus, bestuurd door wezens niet van deze Aarde. Op dat moment wordt het voor veel mensen een stuk moeilijker om aan te nemen dat ‘ze bestaan’. De meesten van ons hebben ze, ufo’s, immers nog nooit gezien, en als we ‘ze’ gezien hebben dan hooguit van grote afstand, ons achter de oren krabbend achterlatend met de vraag, ‘wat was dat?’. Toch is er zeer veel bekend over ufo’s – en ik gebruik die term in mijn boek als zijnde een mogelijk buitenaards voertuig met buitenaardse bemanning – veel meer dan de meesten van ons weten. Hoe weten we dat? Er zijn zeer veel buitengewoon betrouwbare waarnemingen gedaan, door zeer betrouwbare en goed getrainde waarnemers. Heel vaak zelfs door veel waarnemers tegelijk, en met regelmaat op het zelfde moment objectief vastgelegd op de radar. Bedroevend is het dan om te constateren dat deze getuigen nauwelijks aandacht krijgen in onze media of, god betere, op universiteiten…

Vandaag 1 juli 2013, lees ik een interview in Frontier, met onze 2e Nederlandse astronaut, Wubbo Ockels. Mensen vragen mij regelmatig, net als de journalist van het stuk, of Ockels (en Kuipers) ufo’s heeft gezien. Ockels antwoordt heel ontwijkend op die vraag met de psychologiserende opmerking dat als we maar lang genoeg naar wolken kijken we er vanalles in kunnen zien. So much voor de getrainde waarnemers. Mijn boek heeft ie niet gelezen, hij heeft alleen van de tam-tam gehoord. Wel heeft hij er een mening over, namelijk dat het waanbeelden zijn, die ufo’s, en dat het onhandig is dat iemand de bezoedelde term ‘ufo’ gebruikt en dat je dat niet had moeten doen. So much for the scientist. Zo las ik ook een blog op de TU-website, net na mijn boekpresentatie maart jl., van een voorlichtings/communicatie-medewerker die nota bene ook luchtvaart- en ruimtevaarttechniek heeft gestudeerd, net als ik. Het wonderlijke is echter dat hij niet communiceert: hij heeft mijn boek ook niet gelezen en mij ook niet gemaild of gebeld van tevoren. Wel heeft hij natuurlijk een mening, namelijk ‘dat er voor een voorlichter niet veel eer valt te behalen aan zo’n situatie (…)’, en dat hij niet meer kan doen dan ‘journalisten te woord staan, en uitleggen hoe de relatie in elkaar zit.’ Das waar. Toch ook wel weer knap dat hij dat kan. So much voor communicatie. Waarom spreken deze mensen niet over de duizenden getrainde waarnemers, astronauten, piloten, luchtverkeersleiders en militairen die zeer gedetailleerde waarnemingen hebben gedaan, vaak dus met radarbeelden of foto- en video-opnames. Valt daar inderdaad geen eer aan te behalen? Het probleem is, we weten het niet, het wordt niet verteld, op school spreken we er niet over, je kunt het nergens vinden. Wel zijn we collectief van mening dat ufo’s onzin zijn. ‘Val me niet lastig met de feiten, mijn standpunten zijn reeds door mij ingenomen.’

So much voor wetenschappelijke nieuwsgierigheid. Dan vraagt men vaak waarom het belangrijk is te weten dat ufo’s buitenaardse toestellen met hun bemanningen zijn. Omdat alles dan verandert. Alles! Daarom roept het ook zoveel weerstand op. Angst naast onwetendheid? Met als belangrijkste veranderingen, transport en energie. Maar ook de wetenschap zelf. Onze economische systemen en religies bijvoorbeeld. Plus die immense geheimhouding. Leg dat maar eens uit. Ja maar je kunt zoiets toch niet geheim houden? Inderdaad, dat gaat niet, maar wel heel lang wel. Langzaam begint dan ook bij het grote publiek en zelfs de wetenschappers duidelijk te worden dat er veel geheimen zijn en zijn geweest. Zoveel dat het ons dagelijks duizelt. Het duizelt ons zozeer van alle schandalen die uit de wereldse beerputten opborrelen, dat we er maar snel overheen stappen dat we werkelijk door de duivel en zijn ouwe moer belazerd worden. Het zal vanzelf wel goed komen toch? Die Ufo-dag is hard nodig, maar ik ben bang dat het voorlopig vooral preken is voor eigen parochie. Voor u waarschijnlijk, die deze blog leest. U wist dit toch al? En iedereen die u er al over had gesproken, die had daar toch ook al een mening over? Daar hoef je je toch niet in te verdiepen. Waar zijn de wetenschappelijke onzekerheden? Die zo hard nodig zijn om onze wetenschappen en maatschappij verder te helpen. We leven in een wereld die alles meent te weten. Gek dat het dan toch zo’n bende is op deze planeet. Dan maar een ufo-dag? Ufo’s zijn er mondiaal iedere dag. Getuigen daarvan ook. Voor dieren moeten je ook iedere dag goed zijn en niet alleen op dierendag. Dat geldt ook voor vaders en moeders trouwens. En voor u en mij.