Media Propaganda en Oorlog en het Falen van de Academische Wereld

0
194

Nieuwe academische werkgroep over Propaganda en de 9/11 ‘Oorlog tegen terreur’

door: prof.dr. Piers Robinson
Co-Directeur Organisatie ter bestudering van propaganda, Organisation for Propaganda Studies; Leerstoel politiek, maatschappij en politieke journalistiek, 2016-2019, aan de universiteit van Sheffield.

Robinson is in april 2019 met zijn werk aan de universiteit van Sheffield ‘gestopt’.

Gepubliceerd in De Ander Krant – met toestemming hier weergegeven.

Als je hoogleraar bent, gespecialiseerd in oorlog, media en propaganda ben je bekend met het feit dat misleiding en propaganda altijd deel uitmaken van oorlogsvoering. Ik heb jaren besteed aan het bestuderen van het gebruik van informatie van inlichtingdiensten in de aanloop naar de invasie van Irak en heb aangetoond hoe de Britse overheid de Britten opzettelijk heeft misleid wat betreft de geveinsde dreiging van WMDs, de weapons of mass destruction (massavernietigingswapens, red.). Ik leerde toen hoe wijdverbreid en uitstekend gecoördineerd propaganda wordt gevoerd en ook welke bedragen daarin omgaan. Gedurende deze periode was ik ook betrokken bij de NAVO en de Britse overheid: ik heb colleges gegeven aan het NATO Defense College in Rome, informeerde Britse commandanten voordat ze naar Afghanistan uitgezonden werden en heb lesgegeven en voordrachten gehouden bij anti-oorlog evenementen zoals Stop the War Coalition (Stop de oorlogscoalitie, red.) en Media on Trial (Media voor het gerecht, red.).

Het besef dat er sprake was van opzettelijke misleiding in het geval van Irak is één ding. Maar de laatste jaren heb ik me ook gerealiseerd dat er nog veel fundamentelere vragen zijn over de ‘Oorlog tegen terreur’ en dat de oorlog in Irak daar maar een klein onderdeel van uitmaakt. De diepgang en de omvang van het gebied waarop de kritische analyse van AE911Truth (Architects and Engineers for 911 Truth, red.) en het academische werk van Professor David Ray Griffin van toepassing was, deed me beseffen dat er enorme open vragen kleven aan 9/11 zélf. Ik begon me te realiseren dat er meer academici waren, onder wie gerenommeerde hoogleraren, die ook vraagtekens zetten. Ik was er ontsteld van dat de reguliere academische wereld nauwelijks iets van deze problemen had aangekaart. Academici, of in ieder geval 99% van hen, hebben hun werk dus niet gedaan.

In de afgelopen twee jaar heb ik contact gezocht met meer dan 40 academici. Samen hebben we de propaganda en de 9/11 ‘Oorlog tegen terreur’ vanuit de verschillende vakgebieden op de academische agenda weten te plaatsen. We runnen met z’n ruim veertigen een blog waarop we onderwerpen bespreken, zoals de ‘Oorlog tegen terreur’ en de bijbehorende propaganda. We zijn ook bezig twee uitgaven van academische tijdschriften hiermee te vullen en stellen aan panelleden voor om aan conferenties deel te nemen. Nu er, eindelijk, twee rechtszaken lopen over 9/11 door het Lawyers Committee for 9/11 Inquiry (Advocaten voor juridisch onderzoek van 9/11, red.) en het Hulsey report into the collapse of Building 7 (Hulsey verslag over het instorten van Gebouw 7), is het, denk ik, van het grootste belang de 9/11-bal op het gebied van academische betrokkenheid flink aan het rollen te krijgen.

Behalve het wakkerschudden van de academische wereld, is één van de allerbelangrijkste dingen op dit moment het vastleggen van de juistheid van de aanwezige kennis en informatie, zodat iedereen, academici en het brede publiek, inzicht krijgt in wat er sinds

9/11 gebeurd is. Het onderwerp ‘propaganda’ is daarbij essentieel, omdat het ons ervan bewust maakt dat 9/11 in de internationale context geplaatst moet worden van een veel breder geo-politiek proces: dat van een hele serie oorlogen. Het zijn de mateloze verregaandheid en de veelomvattendheid van dit alles, die ons project zo belangrijk maken.

Er is geen twijfel aan dat het Westen deze oorlogen heeft aangewakkerd en gevoed, van Afghanistan tot Syrië. Nu zelfs in Venezuela en misschien binnenkort ook in Iran. Het is zonneklaar dat deze imperialistische militaire strategie onmogelijk uit te voeren was en is zonder de onderling afgestemde propaganda. In het geval van Irak met misleiding over massavernietigingswapens. In het geval van Libië en Syrië door middel van manipulatie van de publieke opinie via het klassieke demoniseren van betreffende land plus bestuur, gelardeerd en gecomplementeerd met een ondertussen bekend verhaal over de dreiging van islamitisch fundamentalistisch extremisme. Dit alles wordt ondersteund door de agressieve en onophoudelijke promotie van het officiële 9/11 verhaal. Iedereen die een kritisch geluid laat horen over het officiële 9/11 verhaal wordt geïntimideerd en onder druk gezet. Het is buiten kijf dat deze oorlogen en de betrokkenheid van westerse regeringen gezien moeten worden voor wat ze zijn, misdaden van de staat tegen de democratische orde, state crimes against democracy (SCADs). Als er nog gerechtigheid bestaat, is het voor de rechter brengen van de schuldigen onontkoombaar.

Ik denk dat we op een moment van de geschiedenis zijn aangekomen dat allesbepalend is voor academische en (in feite voor) álle andere westerse maatschappelijke organisaties. Totdat we echt doorhebben hoe deze wereldomvattende oorlogen door het Westen worden ontworpen en gevoerd en we ook de goed georganiseerde wildgroei van misleiding blootleggen, blijven we overgeleverd aan de antidemocratische en oorlogvoerende krachten die binnen onze politieke en economische gevestigde orde nog steeds in belangrijke mate de dienst uitmaken.

Deze krachten hebben 18 jaar lang het internationale politieke systeem volledig verziekt. Als we er niet in slagen het democratische systeem weer solide en op poten te krijgen en de monsterlijke feiten over 9/11 onder ogen te zien, zouden diezelfde krachten ons wel eens linea recta richting nog veel grotere oorlogen kunnen manipuleren, nu met China of met Rusland.

Ik hoop dat onze nieuwe werkgroep een bijdrage kan leveren aan het voorkomen van deze mogelijk toekomstige rampzalige gebeurtenissen. Dit kan alleen door het terugvorderen van de waarheid en door een betrouwbaar democratisch systeem op te bouwen waarop gerekend kan worden.