Joris Luyendijk over het 9/11 debat in Gent

0
1603
Joris Luyendijk becommentarieert in de Standaard.be van zaterdag 24 maart 2018 het UGent 9/11-debat tussen dr.ir. Coen Vermeeren (ingenieur) en Maarten Boudry (wetenschapsfilosoof):
 
De pottenkijker – Joris Luyendijk:
Auteur en journalist JORIS LUYENDIJK onderwerpt
De Standaard aan een kritische lezing. Maandelijks
licht hij de deksels en gaat hij op zoek naar journalistieke
aannames, vooroordelen of blinde vlekken.
Joris Luyendijk staat sceptisch tegenover complotdenkers, maar hij weet ook dat ze heel soms gelijk hebben. Als een krant over hun theorieën bericht, moet ze volledig zijn en alle kanten van het verhaal belichten. Hij stelt vast dat dit niet altijd gebeurt.
Verdrinken in complottheorieën – door Joris Luyendijk:
Weinig lijkt journalisten bij gevestigde media zo uit hun humeur en evenwicht te brengen als complotdenkers. Zouden daarom de meest basale journalis­tieke regels plotseling het raam uitvliegen wanneer dergelijke media berichten over samenzweringstheorieën?
Vorige week woensdag vond in het auditorium van de UGent een debat plaats over ‘alternatieve verklaringen’ voor de aanslagen van 11 september 2001. Filosoof Maarten Boudry verdedigde de ­standaarduitleg van een terroristische aanslag. Tegenover hem stond de gepromoveerde ingenieur lucht- en ruimtevaarttechniek Coen Vermeeren. De bijeenkomst werd geleid door ‘tv-celebrity’ Rob Vanoudenhoven, die er volgens het ­affiche ‘met een kwinkslag’ op zou toezien ‘dat de sfeer positief en correct blijft, zodat iedereen met een goed gevoel huiswaarts keert’.
Dat laatste was natuurlijk een opluchting. Stel je voor dat je met een slecht gevoel huiswaarts keert – bijvoorbeeld omdat er in je hoofd nogal wat dominosteentjes omvallen op het moment dat je overtuigd raakt dat Vermeeren gelijk heeft, en dat de nu gangbare verklaring van de aanslagen van 11 september onhoudbaar is. In dat geval zijn bijvoorbeeld de eigen leiders opeens hetzij incompetent (ze hebben dit niet eens door), hetzij door en door slecht (ze weten het best maar zeggen niets). Nog erger: hetzelfde zou dan opgaan voor de gevestigde media.
Veel schandalen begonnen ooit als samenzweringstheorie, maar werden daarna door dapper speurwerk van journalisten een vaststaand feit.
De Standaard worstelde duidelijk met het debat, getuige twee artikelen waar tweemaal de allereerste wet van de journalistiek met voeten werd getreden. Het eerste stuk stelde de vraag ‘hoort een universiteit wel een platform te geven aan controversiële ideeën?’ (DS Online 14 maart). Dat lijkt deze pottenkijker een hoogst merkwaardige woordkeuze. Het feminisme was ooit controversieel, net als de psychologie of de evolutieleer. De auteur van het stuk moet een andere term dan ‘controversieel’ hebben bedoeld, maar kon die kennelijk niet vinden.
Erger is dat in het hele stuk ‘Waarom de UGent een complotdebat laat plaatsvinden’ wel Boudry aan het woord komt, maar niet Vermeeren. De zaterdag erna werd die eenzijdigheid – om niet te zeggen partijdigheid – nog eens overgedaan in een artikel dat de kop ‘Complotdenkers kijken neer op wie hen niet gelooft’ meekreeg (DS 17 maart). ‘Waarom gelooft iemand in complottheorieën?’, vraagt de eerste zin, om daar meteen met een citaat antwoord op te geven: ‘Het geeft een uniek, narcistisch gevoel om als enige de wereld achter de wereld te zien.’
Het stuk gaat eerste te rade bij een Leuvense filosoof met de fantastische naam Massimiliano Simons. Volgens Simons zijn samenzweringstheorieën een psychologisch afweermechanisme voor wat Duitsers zo mooi aanduiden als Verunsicherung, letterlijk veronzekering. Door internet en politieke polarisering valt niets of niemand nog te vertrouwen, aldus de filosoof. ‘Een complottheorie probeert aan die algemene sfeer te ontsnappen, door zogezegd de echte waarheid na te streven. Het is een “uitvergroting” van wat velen dagelijks aan onzekerheid ervaren en “valt daarom niet uit te roeien”.’
Het ernstigste is dat De Standaard geen verslag heeft gedaan van het debat zelf
Daar komt Boudry in het artikel dan nog overheen met de bewering dat complotdenkers niet alleen een narcistische bevrediging halen uit hun overtuiging, maar bovendien niet eens echt zouden geloven wat ze beweren te geloven.
Watergate
 
Dit is een goed moment om te benadrukken dat een verblijf van zes jaar in het Midden-Oosten mij sceptisch heeft gemaakt over samenzweringstheorieën. Ik vind veel complotdenkers intolerant, verbaal agressief en lijdend aan precies de tunnelvisie die ze de gevestigde media verwijten. Ook duurt het zelden lang voordat je een complotdenker antisemi­tische insinuaties of erger hoort uiten – behalve in Israël, waar de complot­denkers juist een mondiale samen­zwering zien ter uitroeiing van het joodse volk. Complotdenkers zijn vaak zichtbaar labiel en omgekeerd lijken samenzweringstheorieën een magnetische uitwerking te hebben op verwarde personen.
Toch wil niets van dit alles zeggen dat iedere complotdenker een fantast is en dat a priori iedere complottheorie onzin is. Jarenlang dachten we gekken te kunnen herkennen aan hun overtuiging dat de Amerikaanse inlichtingendienst hen via hun televisietoestel bespioneerde. Tot The Guardian in 2013 onthulde dat de NSA al jaren de gehele wereldbevolking intensief op allerlei illegale manieren bespioneert, bijvoorbeeld door op afstand telefoons aan te zetten en gesprekken te volgen dan wel opnames te maken. Doelbewust heeft de tabaksindustrie wetenschappelijk onderzoek naar longkanker gesaboteerd, terwijl oliemaatschappijen al decennia op de hoogte blijken van klimaatverandering. Nog maar pas onthulde The Guar­dian, samen met Channel4 en The New York Times, verregaande complotten waarmee het bedrijf Cambridge Analytica tegen betaling verkiezingen in allerlei landen manipuleert.
Zo zijn er lijsten te maken van schandalen die ooit begonnen als samen­zweringstheorie, maar die daarna door dapper speur- dan wel checkwerk van journalisten een vaststaand feit werden. Ongetwijfeld zullen begin jaren zeventig in Amerika aanhangers van de toenmalige president Richard Nixon in het begin de onthullingen over afluisterpraktijken en inbraken bij de Democraten hebben afgedaan als smadelijke fantasie en propaganda. Tot de bewijzen niet meer te negeren waren en Nixon moest aftreden.
Karaktermoord
 
Twee stukken wijdde De Standaard aan het debat aan de UGent en geen van beide keren kreeg Vermeeren ook maar iets van wederhoor. Wat vindt Vermeeren van de theorie dat hij de onzekerheid van het moderne leven niet aankan? En dat hij daarom met een groep studenten aan de Technische Universiteit Delft een werkgroep opzette om uit te rekenen of de officiële verklaring voor de aanslagen technisch überhaupt mogelijk is? Geven zijn opvattingen over 11 september Vermeeren inderdaad de narcistische bevrediging die Boudry hem toeschrijft? En als we dan toch wegblijven bij de inhoud en in ad hominem gaan doen: welke verklaring heeft Vermeeren voor de diepere beweegredenen van Boudry?
Het kan zijn dat Vermeeren niet reageerde. Maar dan moet dat in het artikel worden vermeld, zodat de lezer weet: door omstandigheden hoor ik slechts één kant van dit verhaal.
De twee artikelen over het debat aan de UGent zijn wat Britse journalisten een hatchet job noemen: een karaktermoord. Maar het ernstigste is dat De Standaard geen verslag heeft gedaan van het debat zelf.
Dit alles zou gerechtvaardigd zijn, mocht De Standaard zelf ooit een team van journalisten hebben vrijgemaakt om de alternatieve of complottheorieën rond de aanslagen van 11 september te onderzoeken en mocht de krant daarbij tot de conclusie zijn gekomen dat de officiële lezing klopt. In zo’n scenario heeft De Standaard het recht en zelfs de plicht om ­alternatieve verklaringen van de aanslagen van tafel te vegen en de aanhangers ervan belachelijk te maken. Misinfor­matie moet worden bestreden, te vuur en te zwaard.
Maar De Standaard heeft zo’n eigen onderzoek nooit uitgevoerd. Hij vaart dus op de aanname dat het officiële Amerikaanse onderzoek naar de aanslagen betrouwbaar en volledig is – een onderzoek dat plaatsvond onder het presidentschap van George W. Bush, wiens regering het Amerikaanse volk voorloog over Iraakse massavernietigingswapens en Saddam Hoesseins betrokkenheid bij de aanslagen van 11 september.
Een blik in het recente archief van De Standaard laat intussen zien dat de krant wel tegenstemmen belicht, maar opvallend summier: ‘Wat we niet mogen weten over 9/11: het geheime hoofdstuk van de onderzoekscommissie’ was nogal kort voor het belang ervan, en dit geldt helemaal voor het verhaal van een jaar eerder: ‘2.300 ingenieurs hebben twijfels bij instorting WTC-torens’. Dit gaat over het boek Beyond misinformation, waarin de auteurs, net als Vermeeren, proberen aan te tonen dat de officiële toedracht van de aanslagen technisch niet mogelijk was.
Nieuwsgierige 16-jarigen
 
Zelf denk ik dat als de Amerikaanse overheid in staat was om in het geheim een aanslag als die van 11 september in scène te zetten, het diezelfde overheid toch ook had moeten lukken om wat ­massavernietigingswapens in Irak te planten. Het ontbreekt mij aan technische kennis om de beweringen van ingenieurs als Vermeeren op hun waarde te schatten – het debat aan de UGent komt eerdaags online op Youtube. Ik weet ook dat je verschrikkelijk moet oppassen met complotdenkers. Voor je het weet, geef je legitimiteit aan evident kwaadwillende dan wel diep gestoorde types.
Van de andere kant publiceerde De Standaard zelf de afgelopen jaren dus ook artikelen waarin twijfels worden geuit over de officiële toedracht. En op het hyperpopulaire Netflix staan zogeheten zeitgeist-documentaires van in totaal ­zeven uur, waarin min of meer dezelfde hypothese wordt ontvouwd als die van Vermeeren. Deze zienswijze kan wel eens zeer breed ingang hebben gevonden, zeker onder jongeren. En wie de uiterst gelikt gemaakte zeitgeist-documentaires op Netflix heeft bekeken, krijgt na afloop als nieuwe suggesties geen documentaire met weerleggingen en kritiek. Die is namelijk niet gemaakt. Wat voor signaal stuur je zo uit naar een nieuwsgierige 16-jarige?
Ik vrees dat zo’n nieuwsgierige 16-jarige vervolgens De Standaard openslaat, de genoemde twee artikelen leest en wordt bevestigd in het idee van een cover-up. Waarschijnlijk zal de tiener net als iedere rechtgeaarde journalist beamen dat je nooit klakkeloos moet aannemen wat autoriteiten beweren. Maar gegeven de onvolledige, eenzijdige en bevooroordeelde berichtgeving over Vermeeren zal die tiener, vrees ik, vervolgens de journalistiek zelf ook indelen bij autoriteiten van wie je niet zomaar alles moet geloven.
Joden en aliens
 
Uiteraard heb ik Coen Vermeeren zelf even gebeld, zodat hij hier alsnog het laatste woord heeft: ‘Het had niet mijn eerste voorkeur in debat te gaan met een filosoof. Toen Boudry stotterde dat hij niet wist bij welke temperatuur staal smelt, maar wel beweerde dat dit ook niet van belang was, had hij zich reeds gediskwalificeerd. Inhoudelijk is Boudry niet ingegaan op de goed onderbouwde argumenten van architecten en ingenieurs. In zijn retoriek kiest hij ervoor het publiek te misleiden door joden en aliens op te voeren. In dat opzicht is hij geen wetenschapper, maar een woordkunstenaar.’
 
Joris Luyendijk
Het artikel van Luyendijk is hier ook in het Engels te lezen
.