Coen Vermeeren over ufo’s in dagblad ‘De Morgen’

0
742

Coen Vermeeren in ‘De Morgen’

Aan het begin van het vorige jaar werd ik uitgebreid geportretteerd in het Belgische dagblad ‘De Morgen’:

Artikel Coen Vermeeren – de Morgen (BE)

Een artikel van maar liefst 5 pagina’s tekst en foto’s. Zo langzamerhand beginnen de main stream media wakker te worden.

—–

Journalist: Stef Selfslagh – Dwarsliggers:

In ‘Dwarsliggers’ praat ik met mensen die tegen de conventies inbeuken. Moedige denkers met een afwijkende visie, lone wolves met een mening die het moet stellen zonder maatschappelijk draagvlak. Noem het een oprechte oefening in democratie. ‘Dwarsliggers’ verschijnt tien weken lang elke zaterdag in Zeno, de weekendbijlage van De Morgen.

De Nederlandse lucht- en ruimtevaartdeskundige Coen Vermeeren (53) wil dat de wetenschap UFO’s ernstig neemt. Hij zet daarmee zijn eigen reputatie op het spel. Maar zijn integriteit is hem meer waard. “Er is geen belangrijker onderzoeksterrein dan buitenaards leven.”

Mijn geconditioneerde brein had een aan lager wal geraakte professor verwacht. Een schichtig om zich heen kijkende plomperd met een versleten Star Wars T-shirt en een kapsel dat dringend opnieuw moet voorgesteld worden aan een fles shampoo wil het ooit nog door vrouwenhanden aangeraakt worden. Een op Red Bull en Aïki-noedels overlevende UFO-gek die op gedempte toon praat en zich intellectueel superieur waant omdat hij in alfabetische volgorde vijftig planetoïden kan opsommen.

Maar de man die in een brasserie in Breda tegenover me zit, is alles behalve een weirdo. Coen Vermeeren is een rijzige, uiterst voorkomende man, die op het eerste gezicht niet gebukt gaat onder noemenswaardige sociale handicaps. Hij drukt zich glashelder uit, pareert kritische bedenkingen met doordachte replieken en heeft een analytische geest die feilloos het onderscheid maakt tussen oorzaak en gevolg. Als u hoopte dat dit een badinerend stuk zou worden over een arme, aan waanzin ten prooi gevallen wetenschapper: een ander keertje, ok? Als u daarentegen uw eigen geconditioneerde brein eens wat weerwerk wil bieden, al was het maar for the sake of it: welkom.

Coen Vermeeren werkt voor de wereldvermaarde Technische Universiteit van Delft. Hij doceerde jarenlang lucht- en ruimtevaarttechniek en staat nu aan het hoofd van het Studium Generale, een afdeling waar studenten niet-alledaagse lezingen bijwonen en zo hun blik op de wereld verruimen. In 2013 publiceerde hij het boek ‘UFO’s Bestaan Gewoon.’ Sindsdien voert hij een opgemerkte éénmansstrijd tegen het ongelovige wetenschappelijke establishment en trekt hij het land rond met zijn lezing ‘Past and Presence of Unidentified Flying Objects’. Tijdens zo’n lezing vroeg iemand: “Mijnheer Vermeeren, wanneer zullen we beschikken over het onloochenbare bewijs dat UFO’s bestaan?” Zijn antwoord: “Dat hebben we al lang. Het moet alleen nog geopenbaard worden.”

Nieuwsgierig blijven

First things first: heeft hij ooit zelf UFO’s waargenomen en zo ja: hoe zagen ze eruit? “Ik heb al een keer of vijftien UFO’s gezien”, zegt hij. “De ene keer waren het felle lichtpunten die tegen een hoge snelheid zigzagbewegingen maakten, de andere keer goudkleurige bollen die geluidloos langs mijn huis zweefden. Ik heb overdag ook eens een cilindervormige UFO zonder vleugels opgemerkt.” Maken UFO’s zich doorgaans niet ’s nachts aanschouwelijk? “Er zijn getuigenissen van mensen die ze ook overdag gezien hebben. Maar de meeste waarnemingen gebeuren ’s nachts: we zien makkelijker iets lichts bewegen wanneer het donker is.”

De volledige titel van zijn boek luidt: ‘UFO’s Bestaan Gewoon: Een Wetenschappelijke Visie.“ Ik vraag hem wat zíjn verhaal onderscheidt van dat van minder gediplomeerde UFO-believers. “Ik onderzoek UFO’s niet op strikt wetenschappelijke wijze”, zegt hij. “Niemand doet dat, want geen enkele universiteit laat het toe: ze vinden het onzin. Maar ik ben een wetenschapper, dat kan niemand ontkennen. Ik ben zwaar opgeleid. Ik doe al jaren onderzoek naar UFO’s en bekijk het fenomeen met een wetenschappelijke scepsis. En ik heb met ontzettend veel geloofwaardige getuigen gesproken. Dat maakt mijn standpunt zeer verdedigbaar. Sterker nog: wanneer ik zeg dat de wetenschap UFO’s grondig zou moeten onderzoeken, is dat een uitgesproken wetenschappelijk standpunt. ‘Never stop questioning’, zei Einstein. ‘Curiosity has its own reason for existing.’ Wat je niet kan verklaren, hoef je nog niet wetenschappelijk te diskwalificeren. Je moet het net verder bestuderen. Het ridiculiseren van UFO’s is zeer onwetenschappelijk.”

Getrainde waarnemers

Getuigenverklaringen, beweert hij, zijn stukken geloofwaardiger dan algemeen wordt aangenomen. Ze komen niet alleen van slaapdronken boeren die op hun akker iets vaags door de lucht hebben zien zoemen, maar ook van getrainde waarnemers: luchtvaartdeskundigen, piloten, militairen, ingenieurs en wetenschappers. “De getuigenissen waarop ik mij baseer, zijn verhalen van mensen die een wetenschappelijke opleiding hebben genoten en gebruik maken van geavanceerde, objectieve radarapparatuur. Het gekke is: wanneer die mensen een vliegtuig besturen, in een ruimtestation zitten of het luchtverkeer in de gaten houden, worden ze zeer ernstig genomen. Maar van zodra ze iets melden over UFO’s zijn ze plots al hun expertise kwijt en zegt iedereen: ‘Ze lullen maar wat.’ Dat is natuurlijk niet zo. Mochten er maar twee geloofwaardige getuigen zijn, zou je nog kunnen zeggen: ‘Ze hadden wellicht teveel gedronken.’ Maar het gaat om duizenden solide en steekhoudende getuigenissen.”

Hij brengt The Disclosure Project ter sprake: een Amerikaans initiatief dat de getuigenissen verzamelt van meer dan 500 overheidsambtenaren, militairen en geheime agenten. Allemaal bevoorrechte getuigen die persoonlijke ervaringen hebben gehad met UFO’s, buitenaards leven en buitenaardse technologie. “Het gaat om zeer betrouwbare, deskundige getuigenissen”, zegt hij. “Maar er wordt niks mee gedaan. Nochtans accepteert onze samenleving getuigenverklaringen als bewijsmateriaal. Wanneer je in de rechtbank je hand op de bijbel legt en zweert dat je de waarheid gaat vertellen, verwerft je verhaal de status van bewijsmateriaal. Zelfs als er – in het geval van een moordzaak – geen lijk en geen wapen is.”

“De mensen van het Disclosure Project willen voor het Amerikaanse Congres onder ede getuigen over wat ze hebben meegemaakt. En toch mogen ze dat niet. Want als ze in het Congres hun verhaal vertellen, worden hun getuigenissen automatisch bewijsmateriaal en is de Amerikaanse justitie verplicht om er ook iets mee te doen. En dat wil de regering vermijden. Vreemd, toch? Stel: je hebt iemand een moord zien plegen, je gaat naar de politie om een verklaring af te leggen en de rechercheurs van dienst zeggen je: ‘Ga weg, dat interesseert ons niet.’ Dat zou toch krankzinnig zijn? Wel, in het UFO-dossier is dat precies wat er gebeurt.”

‘Houston, we see a UFO’

Hij zag satellietbeelden van de NASA waarop UFO’s te zien zijn. Hij hoorde geluidsopnamen waarop de bemanning van de Space Shuttle aan het grondstation laat weten: ‘Houston, we still see the alien spacecraft’. Hij sprak met tientallen UFO-getuigen die professioneel actief zijn in de lucht- en ruimtevaart (waaronder Edgar Mitchell die in 1971 met Apollo 14 op de maan landde). Hij las talloze boeken, onderzoeksrapporten en verklaringen van experts. En op basis daarvan kwam hij tot drie conclusies. Eén: UFO’s – in de betekenis van ‘vliegende objecten die niet op conventionele wijze verklaard kunnen worden’ – bestaan wel degelijk. Twee: het zijn voertuigen van buitenaardse oorsprong. En drie: ze worden bestuurd door buitenaardse wezens.

De buitenaardse hypothese wordt onderschreven door Cometa, een in 1996 opgericht collectief van Franse onderzoekers dat samen met het Franse Instituut Der Hogere Studies voor Landsverdediging meer dan 500 UFO-dossiers onderzocht. In 1999 formuleerde Cometa zijn eindconclusie: ‘De buitenaardse hypothese is wetenschappelijk gezien veruit de meest waarschijnlijke. Zij is niet categoriek bewezen, maar er bestaan in haar voordeel sterke vermoedens. En als zij exact blijkt te zijn, dan heeft zij zwaarwichtige consequenties’. Was getekend: Cometa-voorzitter Denis Letty, een voormalige generaal van de Franse luchtmacht.

“Voor veel mensen is het blijkbaar ondenkbaar dat buitenaardse wezens ons komen bezoeken”, zegt Vermeeren. “Maar wij onderzoeken toch ook de mogelijkheid om naar andere sterren te reizen? Dat we daar nog niet toe in staat zijn, sluit niet uit dat andere beschavingen het al wél kunnen. Wij gaan er van uit dat wij het hoogtepunt van de beschaving zijn, maar die hoogmoed vertroebelt onze blik.” Of zoals Jose Lay, een Chileense UFO-onderzoeker, het stelt: “Het is absurd om te denken dat het minuscule stipje dat de aarde is, het enige leven zou bevatten in het hele universum.”

In de naslagwerken en verklaringen die Vermeeren doorploegde, is sprake van verschillende soorten UFO’s: van schotels tot driehoeken, van cilinders tot bollen. Soms vliegen ze alleen, soms komen ze in hele armada’s. Er zouden in totaal ook 80 verschillende soorten aliens zijn gerapporteerd. Veelal ‘humanoid in appearance’, al wordt er ook wel eens melding gemaakt van insectoïden. Klinkt allemaal grappig, zegt u? Coen Vermeeren begrijpt u. “Tuurlijk klinkt dat raar. Maar nogmaals: de personen die hierover getuigen zijn mensen die van waarnemingen in de lucht- en ruimtevaart hun beroep hebben gemaakt. Die mensen worden echt niet betaald om grappen te maken, dat kan ik je verzekeren.”

Weg met ons wereldbeeld

Hij is ervan overtuigd dat de buitenaardse levensvormen die volgens hem regelmatig een city trip naar de aarde maken over uiterst geavanceerde technologieën beschikken. “Getuigen hebben het over UFO’s die tegen 10.000 kilometer per uur door de dampkring vliegen, met die snelheid een bocht van 90 graden maken en vervolgens in een andere richting weer doorvliegen. Volgens onze universele wetten kán dat niet. Er moet dus wel sprake zijn van technologieën die superieur zijn aan de onze.”

“Het is goed mogelijk dat sommige buitenaardse wezens een miljard jaar ouder zijn dan wij en bijgevolg ook oneindig veel verder staan. Kijk naar wat de mens alleen al de voorbije 100 jaar gerealiseerd heeft op het gebied van technologie. Wat kan je dan niet bereiken in 1 miljard jaar?”

“In het begin van de twintigste eeuw zeiden alle gezaghebbende natuurkundigen: ‘De mens zal nooit kunnen vliegen. Het idee alleen al is belachelijk.’ Maar in 1903 slaagden de gebroeders Wright erin om voor het eerst een vlucht van 30 meter te maken. En vandaag kunnen we tegen een snelheid van 900 kilometer per uur non-stop rond de aarde vliegen. Om maar te zeggen: alles is tijdelijk. Wie denkt dat we op dit moment alles kunnen wat we ooit zullen kunnen, heeft het mis.”

De ondertekenaars van het Cometa-rapport riepen op tot bezinning over ‘de strategische, politieke en religieuze consequenties die een eventuele bevestiging van de buitenaardse hypothese met zich mee zou brengen.’ Anders gezegd: de dag dat het bestaan van buitenaards leven bevestigd wordt, kan ons wereldbeeld het stort op. Volgens Vermeeren legt het UFO-dossier de grenzen van het menselijk denken bloot. “Veel mensen negeren de mogelijkheid van buitenaards leven omdat ze de gedachte gewoon niet aankunnen. Ze wíllen helemaal niet dat we deel gaan uitmaken van een grotere realiteit. Ze zijn bang dat dan al onze zekerheden gaan wegvallen. Dat we misschien wel zullen moeten erkennen dat we in het universum een minder benijdenswaardige positie innemen dan we altijd dachten.”

Nochtans, beweert hij, zouden we met buitenaardse technologie onze planeet kunnen redden. “De buitenaardse soorten verplaatsen zich zonder gebruik te maken van brandstoffen. Noch nucleaire, noch fossiele. Ze moeten dus over een vorm van vrije energie beschikken die voor ons razend interessant is.”

Hij zegt dat er op plaatsen waar UFO’s gecrasht zijn – zoals het Amerikaanse Roswell – heel wat technologie ontdekt is waarmee de mensheid zijn voordeel zou kunnen doen. “Ben Rich, de voormalige directeur van Skunk Works, de research- en development-afdeling van vliegtuigbouwer Lockheed, heeft letterlijk gezegd: “We have the means to take ET back home.” Met andere woorden: we beschikken zelfs vandaag al over de technologie om tussen de sterren te reizen en de levensvatbaarheid van andere planeten te onderzoeken. Máár, zegt diezelfde Ben Rich: ‘These technologies are locked up in black projects. It would take an act of God to get them out to benefit humanity.’ En ik zal je zeggen waarom: UFO-technologie bedreigt militaire, industriële en religieuze belangen en wordt om die reden overal ter wereld geheim gehouden.“

Wereldwijd complot

Ik leun achterover en roep een time out in. Wacht even, zeg ik, u gelooft in cover-up-operaties georchestreerd door overheden all over the planet? “Tuurlijk”, zegt hij. “Olieleveranciers, autoproducenten, banken, godsdiensten, de farmaceutische industrie: allemaal hebben ze er belang bij dat de UFO-technologie waarover we beschikken geheim blijft. Aan vrije energie verdient niemand wat, hè? En als we met nieuwe technologie zowat alle bedreigende ziektes uit de wereld kunnen helpen, is het gedaan met big pharma, niet? Overheden zijn afhankelijk van die machtige industriële sectoren. En dus wordt het potentieel van UFO-technologie met alle mogelijke middelen verzwegen. Wat krankzinnig is. Want als er technologie bestaat waarmee we de grootste problemen op aarde kunnen oplossen, dan is het toch volstrekt onverantwoord om daar niks mee te doen?”

Dat is een complottheorie om u tegen te zeggen, merk ik op. “Wat is een complot? Een afspraak tussen mensen om bepaalde informatie niet in de openbaarheid te laten komen. Meer niet. Wel, die afspraken bestaan gewoon. De geschiedenis van de mensheid is vergeven van complotten. Dat weet elke historicus.”

In ‘UFO’s Bestaan Gewoon’ citeert hij Clifford Stone, een Amerikaanse sergeant die betrokken was bij heel wat onderzoeken naar UFO’s en buitenaards leven. ‘The abscence of evidence’, zegt Stone, ‘is not evidence of abscence. It is evidence being denied to the American people.’ Ik zeg dat ik moeite heb om te geloven dat zo’n groot geheim zo goed bewaard kan blijven. “Zo moeilijk is dat niet”, zegt Vermeeren. “De mensen die aan de touwtjes trekken zorgen ervoor dat de onderzoekers bij de NASA, de NATO en de FBI niet van elkaar weten waar ze mee bezig zijn en dus geen enkel zicht hebben op het grotere plaatje. Geheimhouding is eigenlijk niets meer dan ‘an engineering problem’. Je kan het ook oplossen door bij je medewerkers een chip in te planten die ervoor zorgt dat bepaalde informatie die in hun brein is opgeslagen niet langer toegankelijk is. Zo kunnen ze er ook niet meer over praten. Je kijkt me ongelovig aan, maar met dat soort technieken wordt nu al driftig geëxperimenteerd.”

Hij vertelt me over ‘The Missing Times’, een boek waarin journalist Terry Hansen beschrijft hoe de Amerikaanse regering al in de jaren vijftig Hollywood zou hebben ingeschakeld om de publieke opinie over UFO’s te beïnvloeden. “Ze hebben een aantal filmmakers gedeeltelijk over hun geheimen ingelicht en hen gevraagd om science fiction-films over UFO’s te maken. Zo werd de realiteit fantasie en werd het ons moeilijk gemaakt om nog geloof te hechten aan UFO-verhalen. Ook vandaag nog krijgen UFO-getuigen dikwijls te horen: ‘Ach, je bekijkt gewoon teveel films.’ UFO’s zijn zodanig geridiculiseerd dat we onszelf zijn beginnen te censureren. Wie UFO’s gezien heeft, durft daar vaak niks over te zeggen uit schrik om belachelijk gemaakt te worden.”

Geen lef, maar integriteit

Ik vraag hem hoeveel lef je als wetenschapper nodig hebt om UFO’s ernstig te nemen en dat ook nog eens luidop te zeggen. “Daar is geen lef voor nodig, maar integriteit. Ik ben ingenieur geworden omdat ik van de wereld een betere plek wil maken. Ik wil dat we de waarheid met elkaar delen en dat we onze planeet – die zich stilaan in een deplorabele toestand bevindt – de goede kant opsturen. Ik vraag onze overheden om hun UFO-informatie publiek te maken en onze wetenschappers om het fenomeen eindelijk ernstig te analyseren. Dat is geen kwestie van durf, maar van elementaire wetenschappelijke beroepsernst.”

“Mijn rol in dit debat is: de geesten masseren. Mensen bevrijden van hun dogma’s. Ik zeg vaak tegen mijn studenten: ‘Jullie hoeven het niet met me eens te zijn. Jullie mogen zelfs boos worden om wat ik beweer. Maar zeg niet: ‘Die man is gek’. Ga met mijn lezing aan de slag en doe je eigen research.’”

Ziet hij de publieke opinie in de toekomst evolueren? Zullen we ooit wél openstaan voor de mogelijkheid van buitenaards leven? “In Nederland zeggen we: ‘De wal keert het schip.’ Dat is wat er in dit dossier gaat gebeuren. Op een dag zal onze planeet er zo erg aan toe zijn dat we wel iets moéten verzinnen. Is dat de dag waarop de overheid de UFO-technologie zal delen? Is dat het moment waarop buitenaardse wezens ons zullen komen redden? Ik weet het niet, maar ik hoop het. Wij hebben een prachtige planeet. Ik wil niet dat we die kapot maken.”

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here